Gewoon een slechte nacht of echt een slaapstoornis?

Iedereen slaapt weleens een nacht slecht. Volgens slaaparts en hoogleraar Sebastiaan Overeem van het Centrum voor Slaapgeneeskunde Kempenhaeghe en de TU Eindhoven is dat helemaal niet erg. Maar wat als slapen wel problemen oplevert? En wanneer is er wel degelijk sprake van een slaapstoornis?

‘‘Er mag best wat variatie in je slaap zitten’’, vertelt Overeem. ‘‘Af en toe een slechte nacht is nog geen slaapstoornis. En als je een nacht slecht slaapt kun je je best een beetje moe of slaperig voelen overdag. Dat is heel normaal. We spreken van een goede nachtrust als je overdag normaal kunt functioneren. En word je moe wakker, dan hoeft dat natuurlijk niet direct aan een slechte slaap te liggen. Er zijn tal van aandoeningen waarbij je soms langdurig moe kunt zijn. Denk aan een depressie of een burn-out of een infectie zoals de ziekte van Pfeiffer.’’

Vijf groepen slaapstoornissen
Inmiddels zijn er meer dan tachtig slaapstoornissen beschreven. Ze zijn grofweg in te delen in vijf groepen:

  1. Slapeloosheid, ook wel insomnie genoemd. Hierbij heeft iemand moeite om in of door te slapen. Vaak is er een aanleiding, bijvoorbeeld stress, waardoor diegene ’s nachts wakker ligt. De slapeloosheid kan daarna alleen een eigen leven gaan leiden als de hersenen het bed niet meer associëren met slapen maar met wakker liggen. ‘‘Dit moet zeker niet met slaappillen worden behandeld, want er treedt dan snel gewenning op’’, legt Overeem uit. ‘‘Wat wel kan werken is slaaptherapie. Dat is een intensieve behandeling, waarbij je onder andere juist minder lang op bed gaat liggen, bijvoorbeeld vijf uur. Het idee hierachter is dat je dan zo moe bent dat je die hele periode slaapt, waardoor je lichaam het bed weer met slapen in verband brengt. Daarna worden de uren langzaam opgebouwd tot normaal.’’
  2. Stoornissen van de biologische klok. Overeem: ‘‘Als iemands biologische klok zo erg is verschoven dat het leidt tot problemen in zijn sociale leven of op het werk, kan het nodig zijn om hier iets aan te doen, bijvoorbeeld met lichttherapie.’’
  3. Narcolepsie. Dit is een neurologische stoornis waarbij iemand overdag niet wakker kan blijven, ondanks een goede slaap ‘s nachts. Deze aandoening is vaak goed te behandelen met medicijnen.
  4. Ademhalingsproblemen tijdens de slaap. Hieronder valt bijvoorbeeld slaapapneu, met herhaalde ademstops tijdens de slaap. ‘‘Of dit moet worden behandeld is afhankelijk van de ernst en of het leidt tot klachten overdag’’, vertelt Overeem.
  5. Parasomnieën, dit zijn overmatige bewegingen en gedragingen in de slaap. ‘‘Ook hier geldt dat wel of niet behandelen afhangt van de ernst ervan’’, aldus Overeem. ‘‘Veel mensen praten in hun slaap, daar hoef je natuurlijk niet mee naar de dokter. Maar als iemand gevaarlijke dingen doet in zijn slaap, zoals bij slaapwandelen kan voorkomen, dan is het een ander verhaal.’’

Moe of slaperig
Mensen denken al snel dat hun vermoeidheid het gevolg is van slecht slapen, maar is dat wel zo? Het is goed om onderscheid te maken tussen gebrek aan energie of niet wakker kunnen blijven overdag. Bij dit laatste is volgens Overeem de kans op een slaapstoornis een stuk groter. ‘‘Slecht slapen is niet per definitie een slaapstoornis, maar als klachten langer dan drie maanden aanhouden, is het verstandig naar de huisarts te gaan. De meeste slaapstoornissen kunnen tegenwoordig goed worden behandeld en de behandeling is dus niet voor iedere slaapstoornis hetzelfde. Daarom is een goede diagnose cruciaal, waarbij de arts doorvraagt naar andere klachten dan vermoeidheid. Daarna kan dan een gericht slaaponderzoek worden gedaan.’’

TEKST: Mirjam Bedaf

Rusteloze benen, een serieuze ziekte

Vaak denkt men dat het een vervelend en onschuldig kwaaltje is, maar het tegendeel is waar; Restless Legs Syndrome (RLS) bezorgt patiënten slapeloze nachten. Soms iedere dag en jarenlang. En de huisarts? Die weet nog te regelmatig niet genoeg over deze ziekte, of erger, neemt het niet serieus.

RLS is een internationaal erkende neurologische slaap- en bewegingsstoornis die bij circa 7% van de volwassen-bevolking voorkomt. De belangrijkste klachten zijn een kwellend, branderig, kriebelend gevoel en een onbedwingbare dwang tot bewegen, vooral ’s avonds en ’s nachts. Patiënten moeten door die bewegingsdrang en de sensaties in de benen regelmatig het bed uit met ernstig slaaptekort tot gevolg.
“RLS komt in milde vorm voor en in ernstige vorm”, aldus een woordvoerder van Stichting Restless Legs. “Als iemand iedere dag last heeft van de rusteloze benen is sprake van ernstige RLS. Dit is het geval bij maar liefst 3% van de volwassen bevolking. Inmiddels weten we dat de oorzaak in de hersenen ligt en zijn er medicijnen die de symptomen kunnen onderdrukken. Een genezing is nog niet gevonden, maar als iemand iedere nacht slecht of nauwelijks slaapt – wat op zich heel fnuikend voor de gezondheid is – wordt het behandelen van de klachten op zich door patiënten als een zegen ervaren.”

Tot het einde van de 20e eeuw wist men niet wat RLS was of wat de oorzaak was, laat staan dat er iets aan te doen was. Anno 2016 worden veel mensen echter nog steeds verkeerd behandeld. RLS patiënten krijgen geen of een onjuiste diagnose of verkeerde medicijnen. “Dat is onnodig want inmiddels staat vast dat sommige medicijnen RLS kunnen opwekken of verergeren”, aldus een woord-
voerder van Stichting Restless Legs.

De Stichting Restless Legs probeert deze situatie te verbeteren door goede voorlichting, niet alleen aan patiënten maar ook aan artsen. Daartoe heeft zij een aantal informatieve brochures, een website en een telefonisch spreekuur, geeft zij een Nieuwsbrief uit en organiseert zij voorlichtingsbijeenkomsten.

Tekst: Redactie Rhijnvis Media

Slapeloosheid kent verschillende oorzaken

Iedereen slaapt wel eens slecht. Door zorgen, pijn of zomaar. Maar veel mensen slapen iedere nacht slecht. Hanteer je de strengste criteria dan is dit 4 procent van de bevolking. Neem je het ruimer dan kampt 10 procent met slaaploosheid.

Fotolia_92809057_Subscription_Monthly_M

Wel willen maar niet kunnen slapen is bijzonder vervelend. Iedereen heeft er wel eens last van. Of het nu moeite is met inslapen of ’s ochtends (veel) te vroeg wakker worden en niet meer verder kunnen slapen. Toch wordt slapeloosheid door de wetenschap niet serieus genoeg genomen. ‘Hoog tijd voor wat bewustwording’, vindt psychofysioloog Eus van Someren.

Er zijn nogal wat mensen die vaak last hebben van slapeloosheid. Zeer regelmatig slapeloze nachten, voor een lange tijd, noemen we chronische slapeloosheid of insomnie. “In het dagelijks leven hoor je er misschien veel over, maar niet in het wetenschapscircuit. Tegen mensen die kampen met slaapproblemen wordt vaak gezegd; iedereen heeft wel eens een slechte nacht. Ik zeg: er is echt iets aan de hand in het brein van slapelozen. We moeten de verschillende oorzaken onderzoeken. Het is net als toen we vroeger alles ouderdomsdementie noemden. Nu weten we dat er Alzheimer is en vasculaire dementie. Ook voor slapeloosheid zijn er waarschijnlijk verschillende oorzaken die elk om een andere behandeling vragen. Dat uitzoeken is niet makkelijk”, vertelt de slaapprofessor Eus van Someren.
Cognitieve gedragstherapie is een effectievere aanpak dan slaappillen, maar er zijn maar een handvol mensen die dat kunnen geven in Nederland. De behandeling bestaat uit denk- en doe-oefeningen, die je in het dagelijks leven probeert op te nemen. Van Someren: “Als je slapeloosheid pas ’s avonds laat of midden in de nacht wilt oplossen, ben je al te laat. Slapeloosheid is een 24 uur probleem dat vraagt om een 24 uur oplossing.”

Herkent u de problematiek? Dan kunt u het team van Van Someren helpen om dit op te lossen door af en toe, wanneer het u uitkomt, via internet een vragenlijst in te vullen. Ga naar www.slaapregister.nl en meldt u aan voor het Nederlands Slaapregister. Iedereen kan helpen. Slechte, maar vooral ook goede slapers, want deze hebben het geheim! Wil u weten of u geschikt bent voor deelname aan uitgebreider onderzoek en/of behandeling, kijk dan op www.slaapencognitie.nl.

Tekst: Annemarie van de weert


Eus van Someren is hoofd van de afdeling Slaap en Cognitie van het Nederlands Herseninstituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen en hoogleraar integratieve neurofysiologie aan de VU.

Feiten op een rij

  • Slapen doen Nederlanders gemiddeld zo’n zeven uur en een kwartier per nacht;
  • Het eerste gedeelte van de slaap (eerste vier uur) bevat de belangrijke, herstellende diepe slaap, daarom wordt dit gedeelte ook wel de kernslaap genoemd.
  • De meeste mensen die minder dan zeven uur slapen functioneren minder goed en voelen zich minder goed.
  • Voor slechte slapers is het is erg belangrijk om te onthouden dat proberen lange nachten te maken vaak averechts werkt. Hou het op maximaal 7 tot 8 uur in bed en sta elke dag, ook in het weekend op dezelfde tijd op.
  • Wat sommige slechte slapers helpt: ’s morgens helder licht, eind van de middag flink bewegen.
  • Beter gaan slapen gaat niet van de een op de andere dag. Net als afvallen kan het even duren voordat er wat merkbaar wordt.